#140. Kwetsbaarheid

Beste lezer,

Een aantal jaren geleden kreeg ik na mijn eindgesprek bij het UWV de conclusie te horen: gedeeltelijke afkeuring. Ik mocht wél weer mijn eigen werkzaamheden oppakken. Zo kwam mijn re-integratietraject ten einde en werd ik weer overgedragen aan mijn leidinggevende. Ik had intussen een nieuwe gekregen. Deze man kende ik niet en hij  mij ook niet. Bij het kennismakingsgesprek zat ik in mijn stoel als een vermoeid en verlept vogeltje. Ik straalde totaal geen daadkracht of zelfvertrouwen uit, maar leek eerder alle zorgen van de wereld op mijn schouders te dragen. De beslissing was éindelijk gevallen, de spanning was eraf, maar hoe ik alles invulling moest gaan geven en het nieuwe begin gaan waarmaken, was nog een groot raadsel.

Klik

In die tijd hadden mijn deze leidinggevende en ik niet echt een enorme ‘klik’. Tijdens onze gesprekken keek hij mij vaak aan met een dikke frons op zijn voorhoofd en voor mijn gevoel had hij het idee dat ik een schop onder mijn kont nodig had om vooruit te komen. Ik, daarentegen, was keihard mijn best aan het doen en wist onderhand niet meer hoe dat duidelijk te maken, hoe ik alle ballen in de lucht moest houden. Elk gesprek bracht veel spanning met zich mee, na een slapeloze nacht en met knoop in mijn maag ging ik erheen en met dikke tranen van ontlading, machteloosheid, frustratie, et cetera ging ik huiswaarts.

Op een dag …

Op een dag gedurende een gesprek vroeg hij mij: ‘Waar zie je jezelf over 5 jaar?’. Hij doelde op mijn situatie binnen het bedrijf: mijn carrière pad, mijn ambities en mijn wensen. Er kwam niets in mij op. Ik was namelijk eerder bezig met het feit dat ik na dit intensieve gesprek naar huis zou rijden, zou gaan rusten, misschien later op de dag boodschappen zou doen (of had ik eten in huis?) en op tijd naar bed zou gaan zodat ik de volgende dag enigszins zou kunnen functioneren. Hij vroeg: ‘Wat zou je het liefste willen?’ En opeens was mijn antwoord: ‘Weer op hakken kunnen lopen’. Met een verbaasde en verraste blik gaf hij aan dat als dít was wat ik wilde,  ik alles op alles moest zetten om dat doel te halen! Dit had niets te maken met mijn werk, maar het gesprek kreeg een andere wending waardoor hij zich realiseerde dat ik nog bezig was met van dag tot dag te leven, volop in mijn herstelproces zat, hoe beperkt ik nog was (al was het niet zichtbaar) en dat er totaal geen ruimte was om over een carrièrestap na te denken.

Hakken

Vóór de aanrijding liep ik vrijwel altijd op hakken. Ik kom uit Milaan … dé modestad van Europa! De liefde voor schoenen zit simpelweg in mijn genen! Na de aanrijding had ik zó veel problemen met het behoud van balans, problemen met evenwicht en coördinatie, dat alleen al het kijken naar hakken me een misselijkmakend gevoel gaf. De hakken hadden plaatsgemaakt voor de neppe Uggs, die ik voor 2 tientjes in Shanghai had gekocht, een week vóór de aanrijding. Sindsdien heb ik altijd platte schoenen of laarzen gedragen. Het liefst met een rubberen zool zodat ik mezelf niet hoor lopen op straat. Ik zat verder veel thuis en bracht de dag geregeld in pyjama door en trok even snel een joggingbroek aan om naar de supermarkt te gaan, en sportkleding voor mijn bezoek aan het revalidatiecentrum. Ik koos voor een zachte stof voor mijn gevoelige huid. De nieuwe ‘comfy look’ gaf me helaas niet echt het gevoel mooi en vrouwelijk te zijn.

Trainen

In het revalidatiecentrum heb ik tig oefeningen gehad om aan een betere balans te werken. Met veel creativiteit en vernieuwingen werden de oefeningen steeds aangepast om de kleine nekspieren te trainen en vooruit te komen. Van iemand die continu haar blik op de grond richtte om geen misstap te maken, en die elke keer verrast werd als haar voet de volgende traptrede raakte, houvast hield aan de muur door er met de heup tegenaan de boel in evenwicht te houden, en die de meeste tijd duizelig was, ben ik iemand geworden die haar schoenenassortiment eindelijk weer kan uitbreiden. Toen ik afscheid ging nemen van mijn toenmalige leidinggevende was zijn eerste opmerking: ’Heeééy, zie ik daar hakken? Wat een mijlpaal!!’

Verena (deze blog schreef ik voor de Whiplash Stichting Nederland)

Advertenties

#139. Twee varianten…

Beste lezer,

Intussen ben ik bijna 10 jaar verder na de aanrijding… vele fasen, ups & downs, behandelingen, uitprobeersels en groei. In eerdere blogs heb ik alle klachten wel eens vergeleken met een ui die je pelt, laag voor laag tot je bij de kern van het probleem komt. De klachten die mij in de weg zitten zijn aanzienlijk verminderd dan in pakweg de eerste twee jaar na het ongeluk. Één van de problemen waar ik niet vanaf lijk te komen is, naast de belabberde energiepeil, overprikkeling.

Hulpmiddelen

Zoals de trouwe lezer weet maak ik gebruik van oordoppen, sluit ik me af van zoveel mogelijk auditieve en visuele prikkels. De tv in huis is niet aangesloten en staat in de woonkamer voor spek en bonen. Een radio heb ik niet. Boxjes of allerlei gadgets behoren niet tot mijn interieur. Wat mij ook helpt is om overdag af te spreken, nu het zomer is lekker op een buitenlocatie waar de geluiden verloren gaan in de lucht. Tóch kom je zo nu en dan, totaal ad hoc, lekker spontaan en onverwachts in situaties die je niet van te voren gepland had, zoals afgelopen weekend dat mijn zus een nachtje kwam logeren en wij lekker uit eten gingen (dit is zo’n voorbeeld van groei… ooit was er totaal geen ruimte voor spontaniteit en was mijn agenda helemaal dichtgespijkerd en star). We zaten binnen omdat het terras vol liep, best veel ruis om mij heen, oordoppen in, veel gebabbel, later dan normaal naar bed…. en dan…

Variant 1

Dan…. dan was het in eerdere tijden zo dat ik dan thuis kwam, overprikkeld door de avond. Moe, verzadigd, met allerlei klachten en een dikke pijnstiller in mijn mik ging ik naar bed. Dan lag ik urenlang naar het plafond te staren. Draaien, een betere positie vinden voor mijn zere lijf, proberen om ontspanning te vinden in een houding, ademhalen en mediteren en hopen dat ik in slaap zou vallen. Urenlang luisterde ik naar mijn eigen gezoem in de oren en wist ik zeker dat ik de volgende dag amper mijn bed uit zou komen. Uiteindelijk viel ik dan in slaap en meestal stond ik de volgende dag inderdaad gebroken op.

Variant 2

De laatste tijd merk ik dat, ik na zo een avond overprikkeld thuiskom. Moe, lijkbleek, verzadigd, in de meeste gevallen zonder pijnstiller ga ik naar bed. Wat er gebeurt is dat ik gelijk in slaap val zodra mijn hoofd het kussen raakt. En dan…. na een cyclus van 3 uur lig ik wakker. Met gezoem in de oren, een mistig hoofd, misselijk en zeker nog niet klaar om aan de dag te beginnen. Dan weer probeer ik in slaap te vallen door de ontspanning op te zoeken via allerlei meditaties, ademhalingsoefeningen, et cetara. Meestal lig ik een paar uur wakker waarna ik weer een paar uur slaap. Gebroken word ik wakker…

Hoe gaat het bij jou?

Verena

#138. Vraag van een lezeres

Beste lezer,

Enige tijd geleden kreeg ik een vraag van een lezeres, te weten: ‘wat zijn de activiteiten die je nog met je partner kunt ondernemen als je niet langer dan 30 minuten in de auto kunt zitten en geen plekken kunt bezoeken waar veel mensen komen?’. Aangezien ik zelf geen partner heb is dit een moeilijke positie om iemand raad te geven hierover. Tóch heeft deze vraag me vaak beziggehouden en bevestigt enigszins mijn zorgen over het hebben of aangaan van een relatie. Ergens voel je je tóch the weakest link in het samenzijn, blijkt ook uit deze vraag.

Op vakantie

Zo was ik op vakantie laatst en dacht ik over dit vraagstuk na. De eerste paar dagen heb ik veel geslapen, óók overdag hield ik een siësta! Yes, het regent! Goed excuus 😉 Maar later ook zonder regen viel ik ’s middags in slaap. Ik sprak een spraakberichtje in bij een vriendin en hoorde mezelf, met zelfspot, zeggen: ‘Gezellig hoor met Verena op vakantie!’. Waarin tóch een stukje schaamte werd weggelachen. Omdat ik niet het onderste uit de kan haalde op locatie en omdat ik me een bejaarde dame voelde waarvan het totaal begrijpelijk is dat ze lekker gaat rusten. Vaak vroeg ik me af: hoe zou het zijn gegaan als ik met mijn partner op vakantie hier zou zijn? Zou ik dan als een malle over mijn grenzen gaan? Zou ik wél durven aangeven wat wél/niet op een dag gaat zonder me ‘een last’ te voelen?

Wat kan wél?

Zo kun je jezelf dus helemaal naar beneden praten. Maar wat als je nagaat wat wél lukt, wellicht dankzij de siësta? Toen kwam ik erachter dat ik naar de open lucht bioscoop kon, heerlijk buiten. Nu ging ik alleen, maar het had natuurlijk wel met een partner gekund. Elke dag ontbeet ik in een gezellig restaurantje aan het strand, nét wat later dan de meeste mensen en elke dag at ik buiten de deur, nét wat vroeger dan de rest. Zodoende had ik te doen met minder geluiden, minder rumoer, minder prikkels en minder bewegende obers. En zo leken zich steeds meer deuren te openen, want stel dat ik op het strand had gelegen met mijn partner en ik na een potje beachballen lekker mijn ogen dicht wil doen, dan kan hij gerust muziek luisteren, lezen of een ommetje maken… we zijn geen Siamese tweeling. Dit vond ik een geruststellende gedachte.

De vraag

Om terug te komen op de vraag van de lezeres… je kunt nog steeds een heleboel samen ondernemen. Wandelen, picknicken, naar een terrasje, naar de buitenbioscoop, naar het bos theater of allerlei andere voorstellingen waarbij het geluid ‘verloren’ gaat in de lucht. Je kunt naar evenementen zoals Rollende Keukens, en Park festival, waarbij het weliswaar altijd om dezelfde elementen draait: buiten zijn en eten. Tóch is het weer wat anders dan aan de keukentafel aanschuiven! Ben je samen tóch uit de sleur van thuis zijn. En de actievere ondernemingen? Die nu niet lukken maar misschien op een later moment wél, kan hij met zijn vrienden, collega, broer of zus ondernemen. Dit lijkt mij een mooi balans of zien jullie dat anders?

Verena

(Foto eigen archief – Kamari open lucht cinema)

#137. Hou vol & hou hoop…

Beste lezer,

Van de week ontmoette ik een lotgenote. Zij heeft óók whiplash opgelopen, weliswaar ‘slechts’ één jaar geleden. Ik kwam een beetje chaotisch binnen, gaf haar een hand en automatisch vroeg ik: ‘Hoe gaat ie?’. Haar antwoord luidde: ‘Nou, nu gaat het wel weer een beetje’, waarop ik haar vroeg: ‘O, wat dan?’… waarmee ik bedoelde wat er aan de hand was. Daarop volgde een korte introductie over wat haar bezig houdt: whiplash!

Teruggeworpen

Opeens besefte ik hoe het ook alweer was, in de onzekere eerste twee jaar, na de whiplash. Op alle vlakken onzekerheden: werk, reïntegratie, revalidatie, jezelf als de oude en de versie 2.0. Hoe ver ga je nog herstellen? Hoeveel tijd ‘krijg’ je nog van je werkgever? Hoe ga je alle ballen omhoog houden? Hoe ga je terug naar eigen functie of solliciteren naar een andere baan? Hoe gaat je toekomst eruit zien? Welke gevolgen zitten aan het financieel plaatje? Opeens werd ik teruggeworpen naar een tijd, die voor mij een gepasseerd station is. Dit alles door een simpele vraag.

Besef

Opeens besefte ik dat er een tijd was dat ik óók zou reageerde, dat ik alles in relatie zag tot de whiplash en dat de whiplash eigenlijk regeerde in mijn leven. Nu, eind van het jaar 10 jaar verder, besefte ik dat whiplash wél in mijn leven is, maar mijn leven niet regeert. Als mij wordt gevraagd hoe het met mij gaat, dan staat dat totaal los van de whiplash. Dan vertel ik over hetgeen me bezighoudt in het dagelijks leven, zoals het moeten voorbereiden voor een examen, een opdracht voor de cursus die ik volg, een vakantie die ik voor de boeg heb, een bezoek die ik heb gehad of iets wat ik in huis heb veranderd. Aan het einde van het lijstje bezigheden, dan komt eens de whiplash ter sprake: een afspraak bij het revalidatiecentrum of een activiteit die ik heb moeten laten of een moment van de dag dat ik rust heb genomen.

Hoop

Dit gun ik een ieder, dat je op een dag antwoord hebt op alle onzekerheden en daarmee op de vraag hoe het met je gaat kunt antwoorden wat je bezighoudt ten aanzien van de leuke invullingen van het leven en niet zozeer de prominente plek die whiplash, en de gevolgen ervan, inneemt. Dat whiplash niet meer regeert. Hou vol en hou hoop…

Liefs,

Verena

(Afbeelding: InPixels Photography)

#136. ‘Nee, ik niet mee’

Beste lezer,

Vorige week (bij tijd van schrijven) had ik even een ‘dingetje’ met mijn zus. Vooropgesteld dat ze momenteel in een zeer lastige privé situatie zit, was het als volgt: we zouden vóór haar verjaardag uit eten gaan. Niet op de dag zelf omdat we beide aan het werk zouden zijn, maar op een vrijdag. Opeens bleek dat ze de woensdag óók in Amsterdam zou zijn en met mijn oom en tante uit eten ging. En vroeg of ik mee ging, wat heel lief bedoeld was én heel ad hoc. Ik wilde wél, maar ik wist dat het onverstandig was ten aanzien van de andere dingen die ik te doen had die dag. Alvorens duidelijk de uitnodiging af te slaan liet ik het eerst afhangen van de locatie (was het in de buurt? Makkelijk te bereiken? Restaurant of café?). Dit, tot ik een momentje nam om te beseffen hoe ik me voelde: ik was bekaf van het revalidatiecentrum. Wat ik nodig had was een prikkelvrije avond en vroeg naar bed.

Altijd moe…

Ik gaf aan dat ik niet mee ging en dat ontvlamde uiteindelijk in een reactie als: ‘Jouw agenda zit altijd tjokvol, maar een keer uit eten gaan… daar ben je te moe voor!’. Dat was zo’n klap in mijn gezicht. Ik waardeer de eerlijkheid en vind het jammer dat dat haar beleving is. Gelijktijdig voelde ik me beledigd en de frustratie was merkbaar.

Dwars

Wat zat me nou precies dwars? Naast het feit dat het komend december 10 jaar geleden is dat ik een aanrijding heb gehad en dus ‘hiermee’ rondloop. Met een fluctuerend energieniveau, met het vooruit plannen, met het uitleg geven van, et cetera. Ik werd razend en vroeg me af onder welke steen ze had gezeten de afgelopen tien jaar! Heeft ze dan niet opgelet dat ik de meeste afspraken overdag heb, juist omdat ’s avonds mijn pyjama aangaat om negen uur. Met welke afspraken zit mijn agenda tjokvol? Het revalidatiecentrum, mijn werk en dan wat? De sociale afspraken zijn van te voren gepland, juíst om rekening te houden met de aanloop er naar toe. Als ik dus in de ochtend uitgenodigd word om diezelfde avond uit eten te gaan is de kans simpelweg heel groot dat het antwoord ‘nee’ is.

Angel eruit halen

Ik merkte dat ik helemaal geen behoefte had om mij te verantwoorden. Ook niet voor de afspraken die ik wél heb en nakom. Wat mij vooral raakte, naast het oordeel, van iemand waarvan ik vind, dat ze intussen beter zou moeten weten. Wat mij pijn deed aan dat verwijt was het feit dat ik nooit klaag over wat ik niet kan of wat ik moet laten om iets aan te gaan, ik probeer zo goed als ik kan mijn tijd in te delen waarbij een hoop tijd onder het kopje ‘rust’ valt. Ik breng veel tijd alleen door om op te laden. Dat stuk ziet niemand en dat stuk van mijn leven deel ik niet en blijkbaar bestaat het voor een ander dan ook niet. Het benoemen ervan heeft duidelijk weinig effect. Dat ik de meeste feestdagen, als anderen met z’n allen bij elkaar komen, juist alleen doorbreng… zoals nu met Pinksterweekend het geval is. Dat stuk blijft heel eenzaam aanvoelen…

Herken je dit?

Liefs,

Verena

#135. Ziek in arbeidstherapie

Beste lezer,

Deze blog schreef ik laatst voor de WSN.

In de tijd na het ongeluk, na de voorgeschreven rustperiode, lukte het mij niet om de draad van mijn leven van vóór de aanrijding weer op te pakken. Zo volgde er een periode van vijf maanden waarin ik niet werkte en allerlei hobby’s, sporten, cursussen en vrijwilligerswerk had ‘geparkeerd’.

Herstel

In die tijd lag de focus op herstel. Des te meer rust ik zou nemen, des te sneller ik er bovenop zou komen. Het voelde gek voor mij om een lege agenda te hebben, niets te moeten, nergens te worden verwacht en gewoon te kijken wat de dag bracht. Het was geen pretje. Elke dag stond ik op met ‘hersenmist’ en pijn. Elke dag werd ik geconfronteerd met een scala aan klachten en beperkingen, die mij lieten zien hoe ver verwijderd ik was van mijn oude leven. Zo gingen er maanden voorbij. In het begin was het soms genoeg om op te staan, douchen en aan te kleden, om vervolgens alweer te moeten rusten. Ik leefde als een kluizenaar. Als ik in de ochtend (rond negen uur) een afspraak had, in het ziekenhuis of bij de fysio, dan raakte ik al gespannen door het feit ergens op tijd te moeten zijn en me in de spits te moeten begeven. Ik herkende mezelf niet. Op de betere dagen ging ik naar de supermarkt en haalde ik etenswaren. De volgende dag bereidde ik dan maaltijden die ik kon invriezen, voor de minder goede dagen. Vaak had ik geen puf om te koken en geen eten meer in de vriezer, en zo at ik in die tijd geregeld muesli als avondeten of brood. Het was moeilijk in te schatten hoe en wanneer mijn situatie zou verbeteren. Ik had vragen en zorgen rondom het oppakken van mijn werkzaamheden.

Structuur

De afspraken die ik had, waren hetzij in het ziekenhuis, hetzij bij de bedrijfsarts. Na vijf maanden gaf de bedrijfsarts aan dat ik weer aan de slag moest, onder de noemer ‘ziek in arbeidstherapie’. We zouden rustig beginnen met een ‘werkweek’ van twee dagen, drie uur per dag werken op kantoor. Ik was welwillend, maar zag ook een heleboel beren op de weg. Zoals mezelf verplaatsen van A naar B: autorijden, de impact die het weer aan het werk zijn zou hebben (nú had ik niets om handen en was ik al afgepeigerd, hoe zou het zijn na een werkdag?), hoe zou het mij afgaan …?

Al gauw ontdekte ik dat enige mate van structuur goed voor mij was! Ondanks het feit dat ik de simpele werkzaamheden al snel ‘wel gezien’ had, bracht het mij veel: ergens verwacht te worden, het sociale element, een routine te hebben en een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Mijn taken hadden niets te maken met mijn ‘normale’ baan: ik had geen verantwoordelijkheid en geen tijdsdruk. Mijn nieuwe collega’s waren heel lief en begripvol. Ideaal om op te starten! Ik voelde me weer enigszins ‘normaal’ over het feit dat ik iets om handen had. Het voelde ook goed dat ‘mijn wereld’ weer groter was dan mijn huis, de dokters en de supermarkt. Het was óók erg wennen: ik moest nu op een aantal zaken anticiperen zoals zorgen dat er eten in huis was op een werkdag, dat er genoeg benzine in de tank zat, et cetera … Zo kreeg mijn leven gaandeweg weer wat structuur en dat vond ik fijn.

Ik ben er een grote voorstander om – hetzij via vrijwilligerswerk, hetzij via laagdrempelige werkzaamheden op de werkvloer – aan de slag te gaan, vanwege alle onderliggende positieve aspecten. Hoe sta jij hierin?

Verena

(Foto InPixelsPhotography)

#134. Wat als…

Beste lezer,

Vandaag schrijf ik over gedachten die vaak, heel vaak in mij opkwamen gedurende mijn herstelproces. Namelijk ‘Wat als… mijn situatie voor altijd zo blijft?’, ‘Wat als er geen verbetering is qua herstel? Qua draaglast?’, ‘Wat als dit hét is?’.

Ontevreden

Alle ups & downs die kwamen en alle manieren om verbetering aan te brengen in mijn leven waren allemaal gericht op een bepaalde weerstand tegenover bovenstaande gedachten. De zorgen die kwamen op momenten dat het niet zo goed ging, op dagen die ik uiteindelijk ‘pyjamadagen’ heb genoemd, op dagen dat de oorsuizingen zo erg waren dat ik niet op het balkon kon zitten omdat het geluid dat de mensen in de binnentuin produceerden scherp en hard binnenkwamen.

Ik was ontevreden, ik wilde meer. Ik kon het niet uitstaan dat ik overdag op bed lag, met mooi weer in plaats van op een uitnodiging in te gaan voor een verjaardag of voor een rondje varen. Ik wond me op. Ik kon het niet plaatsen dat ik afgepeigerd was na een bezoek aan de supermarkt. Dat het plannen van een bezoek aan een markt, in de drukte, van te voren moest worden afgebakend. Dat er zoveel voorwaarden golden alvorens iets toe te zeggen: ‘Ik kom ook naar de lunch als…’…. ik een goede nacht heb gemaakt, niet sport, bel, et cetera in de ochtend, we om de files heen afspreken óf de locatie makkelijk te bereiken is met OV (zonder overstap).

Veroordelingen

Ik vervloekte de aanrijding, de bestuurder, de gevolgen ervan, en deels mezelf. Waarom kon ik bepaalde klachten niet overwinnen? Waarom stagneerde het herstelproces? Waarom was ik nog niet de oude? Waarom bleef het energieniveau schommelen? Waarom kon ik niet goed inschatten wat de impact zou zijn van een bepaalde actie?

Angst

Angst dat het plafond was bereikt qua herstel, dat de klachten de overhand namen in het dagelijks bestaan en dat het niet meer beter zou worden. Dat je niet meer zult lachen, meedoen, sociaal zijn en je alsmaar voor alle activiteiten zou boeten.

Onnodig…

Bovenstaande gedachtengang is écht onnodig… je wéét namelijk niet of dit hét is qua herstel en qua mogelijkheden. Je kunt slechts ondervinden en ontdekken. Dat vergt tijd, dat vergt geduld, dat vergt hoop en dat vergt een positieve houding.

Mezelf veroordelen is ook onnodig. Als ik gedachten omdraai dan kan ik veel meer genieten, vrede hebben met hetgeen wél lukt. Als iets me beter afgaat dan de vorige keer dan kan ik van een meevaller spreken. Als ik overdag op bed lig dan bedenk ik wat een luxe het is om die mogelijkheid te hebben en vanaf daar aan ‘deel 2’ van deze dag te beginnen. Als je na lange tijd terugblikt, dan zou het zomaar kunnen dat oefening kunst baart. Dan zou het zomaar kunnen dat de up & down beweging er simpelweg bij hoort. Blijven baden in ontevredenheid, veroordelingen en angst dat het plafond reeds is bereikt qua herstel brengt je niets… alleen maar meer zorgen en hersenspinsels.

Verena

(foto – eigen archief. San Blas archipel)